|
|
Conform de gedragsregels is een advocaat verplicht om altijd een mogelijke regeling te laten prevaleren boven een rechtszaak. Vorige week was het drie keer raak. In de zaak over een radiologisch probleem in de nek oordeelde de rechtbank dat er sprake was van een consumentenkoop en dat de verkoper maar moest bewijzen dat het paard niet met dit gebrek behept was ten tijde van de verkoop, hetgeen de rechtbank voorshands een zeer lastige opgave leek te zijn. De verkoper stelde dat hij slechts had bemiddeld en zich niet met handel bezig hield, maar daar dacht de rechtbank derhalve anders over. Na de nodige onderhandelingen werd de zaak geschikt en kon de rechtbank in plaats van een vonnis een vaststellingsovereenkomst opstellen. In de tweede zaak stond mr. Wensing de verkoper van een dressuurpaard bij. Na de levering stelde de koper dat het paard staakte en niet op een trens goed te berijden zou zijn. Het leidde tot een rechtszaak, waarbij de rechtbank een deskundige benoemde. Maar tot uitvoering van het deskundigenbericht kwam het niet, partijen hebben de zaak buitengerechtelijk weten op te lossen en de zaak zal bij de rechtbank worden geroyeerd. En op de valreep van vorige week aanvaardde de wederpartij alsnog een schikkingsaanbod van de cliënte van mr. Wensing over diens vordering betreffende jarenlange pension- en africhtingsgelden. Ook deze zaak kon bij de rechtbank worden doorgehaald. Terug |
|
 |