|
|
Het geschil stamt van 2005. De cliënte van mr. Wensing verkocht een dressuurpaard aan een koper uit Zwitserland. Voorafgaande aan de levering werd het paard uitgeprobeerd en gekeurd. Op het keuringsrapport is vermeld dat het paard geopereerd was aan de stalgebrek. Ook waren er röntgenopnamen van de rug gemaakt en hierbij heeft de keuringsarts geen noemenswaardige afwijkingen geconstateerd. De koper beriep zich op het standpunt dat het paard behept zou zijn met verborgen gebreken, namelijk artrose in de hals en kissing spines. Zij sprak de cliënte in rechte aan en diende te tevens een klacht tegen de keuringsarts in bij het Veterinair Tuchtcollege. Deze klacht sneuvelde bij het Beroepscollege. In de civiele zaak had de rechtbank in Rotterdam een deskundige benoemd, verbonden aan de Faculteit der Diergeneeskunde te Utrecht. De koper maakte tegen deze benoeming in een later stadium bezwaar, omdat de professor volgens haar niet onpartijdig zou zijn. Dit bezwaar is door de rechtbank vanwege gebrek aan deugdelijke onderbouwing verworpen. Bovendien hebben twee deskundigen de kwestie onderzocht. De deskundigen hebben geoordeeld dat de geconstateerde röntgenologische veranderingen niet gerelateerd kunnen worden aan klinische klachten, zoals stijfheid. De bevindingen passen binnen een normaal beeld. Ook de door de koper geraadpleegde partijdeskundigen dragen niet bij aan een ander oordeel. Bovendien kent de rechtbank aan de door haar benoemde deskundige doorslaggevende betekenis toe. In deze zaak is niet komen vast te staan dat het paard bij de aflevering leed aan de door de koper gestelde medische aandoeningen. De vorderingen worden dan ook afgewezen en de koper moet aan de cliënte een bedrag van bijna 6.500,00 euro aan proceskosten betalen. Terug |
|
 |