|
Deze langlopende zaak is op 5 april jongstleden beslecht door het Gerechtshof te Leeuwarden. Het heeft jaren geduurd om de vraag te beantwoorden of de cliënt van mr. Wensing wel als verkoper aangemerkt kon worden. Hierover heeft het Hof onder meer het volgende geoordeeld.
De koper heeft het paard twee keer bezichtigd en pas bij het sluiten van de koopovereenkomst op 24 maart 2003 contact gehad met de cliënt. De cliënt heeft dan ook niet de indruk gewekt dat hij als verkoper zou optreden. De koper heeft verklaard dat zij wist dat het paard in eigendom toebehoorde aan een Duitse eigenaar. Volgens de koper zou de Duitse eigenaar haar hebben medegedeeld dat de cliënt een optie op het paard zou hebben en daarom moest de koper met de cliënt onderhandelen. Dit sluit uit aan op consistente verklaren van de cliënt en de bemiddelaar. Bovendien is niet gebleken dat de koper de koopsom aan de cliënt had voldaan. In de keuringspapieren stond de cliënt niet als eigenaar vermeld. Alle omstandigheden en verklaringen afgewogen leidt tot het oordeel dat de cliënt niet als verkoper kan worden aangemerkt. Het vonnis van de rechtbank te Groningen wordt vernietigd en de koper wordt in de proceskosten veroordeeld. Hiermede is een einde gekomen aan het conflict dat in 2003 is ontstaan. Terug |