|
|
De cliënten van mr. Wensing werden door een Amerikaanse koper van een paard voor de rechter gesleept. De cliënten waren echter voormalig eigenaar van het paard en de koop is met een andere verkoper gesloten. Reeds in een tussenvonnis oordeelde de rechtbank dat de cliënten geen contractspartij van de Amerikaanse koper waren. In deze zaak heeft de rechtbank een deskundigenonderzoek gelast teneinde antwoord te krijgen op de vraag of het paard ten tijde van de koop leed aan een verborgen gebrek. De koper stelde hieromtrent dat het paard leed aan krampentrekken en ataxie en dat dit voorafgaande aan de koop reeds aanwezig was. De deskundige oordeelde dat het paard ten tijde van de koop niet leed aan ataxie, maar dat het wel waarschijnlijk is dat het krampentrekken voor de koop aanwezig was. Echter dit staat het gebruik als dressuurpaard niet in de weg en kan dan ook geen non-conformiteit opleveren. De vordering op grond van non-conformiteit (paard beantwoordt niet aan de overeenkomst) wordt dan ook afgewezen. In deze zaak heeft de keuringsarts echter een tweetal rapporten opgesteld, waarbij in het ene rapport wel melding wordt gemaakt van een trilling aan het been en op het andere rapport niet. De dierenarts heeft verklaard dat hij op verzoek van de verkoper de bemerking heeft weggehaald. De koper heeft in deze zaak dan ook een beroep op dwaling gedaan (onjuiste voorstelling van zaken). Indien de koper geweten zou hebben dat met het keuringsrapport gesjoemeld zou zijn, zou zij het paard nimmer hebben gekocht. Of de rechtbank hier ook zo over denkt, zullen partijen nimmer weten. De koper heeft namelijk aanvankelijk alleen een beroep gedaan op de ongeschiktheid van het paard (de conformiteit) en niet op dwaling. Eerst ver nadat de procedure was opgestart heeft de koper bij een eiswijziging alsnog een beroep op dwaling gedaan. Echter de verjaringstermijn vangt aan op het moment de dwaling ontdekt wordt. En deze termijn is twee jaar. Uit de door de koper opgestelde dagvaarding blijkt dat de koper de dwaling reeds in april 2007 ontdekt had. Het beroep op dwaling had dan ook uiterlijk in april 2009 ingesteld moeten zijn. Dat is niet geschied. De wijziging eis heeft de koper eerst in juni 2009 ingesteld en dat is te laat. De vordering wordt dan ook - in ieder geval - op een vormfout in de dagvaarding afgewezen en de koper moet aan de cliënten van mr. Wensing en aan de verkoper (die zich zelf bemiddelaar noemt) een bedrag ad circa 12.000,00 euro proceskosten betalen.Terug |
|
 |