|
|
In paardenzaken kan de antwoord op de vraag of er sprake is van een consumentenkoop zeer relevant zijn. Immers, indien sprake is van een consumentenkoop geldt een wettelijk vermoeden. Ingeval het gebrek zich binnen 6 maanden na de levering openbaart, wordt vermoed dat dit gebrek reeds voorafgaande aan de levering aanwezig was. In dat geval zal de verkoper dit bewijsvermoeden dienen te ontzenuwen en dat kan in voorkomende situaties zeer lastig zijn. In de zaak van mr. Weda speelde een dergelijk probleem. De verkoper die door mr. Weda wordt bijgestaan is eigenares van een aantal paarden die zij stalt op een pension. Verder is zij jurylid en instructrice. De wederpartij had zich op het standpunt gesteld dat de verkoper aangemerkt dient te worden als een professionele verkoper, omdat zij fulltime bezig is met paarden. De rechter heeft echter geoordeeld dat het hebben van 6 paarden, het beperkt geven van lessen en het deelnemen aan en jureren van wedstrijden op hobbymatige wijze plaatsvindt. Bij de beoordeling omtrent het geschil zullen de wetsbepalingen die zien op consumentenkoop dan ook buiten beschouwing blijven. De bewijslast ligt dan ook volledig bij de koper. Hierover merkt de rechtbank reeds op dat later geconstateerde klachten lestel van de weke delen betreffen en zonder aanwijsbare oorzaak kunnen ontstaan en ook weer verdwijnen.Terug |
|
 |