|
Alweer enige tijd geleden schreef de media over de pony die door een bekende dressuurstal en de cliënte van mr. Wensing was verkocht, waarbij gelijk een discussie ontstond of de cliënte wel als verkoper aangemerkt diende te worden. Deze vraag is door de rechtbank ontkennend beantwoord, zodat het verdere geschil voornamelijk ging over de vraag of de dressuurstal wel een pony had geleverd die aan de overeenkomst beantwoordde. De pony was in februari 2006 geleverd. De koper beriep zich op het standpunt dat de pony leed aan fysieke aandoeningen, niet braaf zou zijn ofschoon dit door de verkoper wel zou zijn toegezegd en een onvoorspelbaar karakter zou hebben in de vorm van regelmatig steigeren en staken.
De koper is door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om middels getuigen het bewijs te leveren van diens stellingen.
Maar liefst 6 getuigenverhoren in Arnhem moesten plaatsvinden om het vermeende bewijs geleverd te krijgen. Dit heeft bijna 2 jaar geduurd. Ondanks de omvangrijke getuigenverhoren is het de koper niet gelukt om enig bewijs te leveren. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet aangenomen kan worden dat de pony voorafgaande aan de levering leed aan mok of stroallergie. Ook leed de pony niet aan een bekkenscheefstand en een peesplaatblessure. Evenmin kan vastgesteld worden dat de pony leed aan een onvoorspelbaar karakter. De vorderingen van de koper zijn dan ook afgewezen.Terug |
|
 |