|
Een bekende dressuurpony is wederom onderwerp van een nieuwe rechtzaak. Dit maal betreft het de bewaarkosten die door de eigenaar/verkoper van de pony verschuldigd zijn aan de bewaarder. De pony was reeds onderwerp van geschil tussen de eigenaar/verkoper van de pony en de koper. Nu dit geschil niet onderling beslecht raakte, heeft de eigenaar/verkoper de rechtbank verzocht de pony in bewaring te laten nemen. Echter, de met de stalling en verzorging gemoeide kosten, werden niet betaald door de eigenaar/verkoper, die als opdrachtgever van de bewaring hiervoor wel verantwoordelijk is. Om deze reden heeft de bewaarder de eigenaar/verkoper van de pony in kort geding gedagvaard en daarin gevorderd dat haar facturen zouden worden voldaan.
Aangezien de eigenaar/verkoper van de pony in Duitsland woont, diende aan een aantal wettelijke vereisten te worden voldaan. Van belang daarbij is onder meer dat de buitenlandse partij juist en tijdig in het geding is opgeroepen en dat de Nederlandse rechter bevoegd is. In dit geval besliste de rechter dat aan deze voorwaarden was voldaan, zodat kon worden beoordeeld of de vordering voldoende onderbouwd was en of de bewaarder een spoedeisend belang bij de procedure had. Met name op dit laatste punt stranden veel zaken die in kort geding aan de rechter worden voorgelegd. In dit geval vond de rechter het aannemelijk dat dat voor de diensten betaald zou worden. Van de bewaarder kan, zo stelt de rechter, niet worden verwacht dat zij de kosten van de stalling langer voor haar rekening neemt. De rechter wijst op grond van het vorenstaande dan ook de vordering van de bewaarder voor het meerendeel toe.
Met dit vonnis in de hand kan de bewaarder de door haar gevorderde bedragen gaan innen bij de eigenaar/verkoper van de pony. Uiteraard is dat de volgende stap die gezet zal worden.
Terug |
|
 |