De Paardenadvocaat

16-03-11 - Rechtbank Maastricht komt op tussenvonnis terug

Plaatsing: 16-03-2011
Nieuws >> Nieuws
De cliënte van mr. Wensing kocht van een paardenhandelaar een Friese merrie. Deze merrie bleek volstrekt niet te voldoen en kampte met tal van gezondheidsproblemen. De koper verzocht de handelaar om het paard terug te nemen echter daar had de verkoper geen trek in. Het paard zou volgens de handelaar ten tijde van de verkoop niets mankeren. De koper constateerde echter dat het paard heel erg ziek was van de wormen en niet normaal kon lopen. De koper heeft het paard laten behandelen, maar de prognose was slecht. Uiteindelijk kwam het tot een rechtszaak. De verkoper hield vol dat het paard niets mankeerde. De rechtbank oordeelde dat de koper moest bewijzen dat de gebreken reeds voorafgaande aan de koop aanwezig waren. De rechtbank gelaste een deskundigenbericht. Het paard werd onderzocht en bij het paard werd ataxie geconstateerd. Echter de deskundige kon niet vaststellen wanneer de ataxie was ontstaan. Dit kon verborgen zijn geweest bij de koop. Nu de rechtbank de bewijslast bij de koper had neergelegd, zag het er somber uit voor de cliënte van mr. Wensing. Echter nu in het consumentenkoop is bepaald dat indien een gebrek zich voordoet binnen 6 maanden na de levering vermoed wordt dat het gebrek reeds voorafgaande aan de koop aanwezig was, keert de rechtbank de bewijslast om. Aanvankelijk vond de rechtbank dat de verkoper het bewijsvermoeden afdoende had ontzenuwd, maar dat is niet genoeg. De verkoper moet het tegendeel bewijzen van het wettelijk vermoeden dat het paard ten tijde van de levering leed aan ataxie.Terug
xhtml verified   css verified