|
|
De cliënt van mr. Wensing had in juni 2010 twee friese merries verkocht. Voor de levering werd bij de merries bloed afgenomen. De koper heeft vervolgens de paarden opgehaald. De cliënt van mr. Wensing ging er dan ook vanuit dat alles goed zou zijn. Bijna twee maanden na de koop liet de verkoper de cliënt weten dat een merrie positief zou zijn op EVA en derhalve niet geëxporteerd kon worden. Dit zou moeten blijken uit het monster dat voorafgaande aan de levering was genomen. Hierop heeft de cliënt zich op het standpunt gesteld dat dit niet zijn risico kan zijn. Hij was geen opdrachtgever jegens de dierenarts en bovendien hadden partijen niet bedongen dat de merrie EVA negatief moest zijn. De koper heeft in kort geding teruggave van de koopsom en betaling van de schade gevorderd. Vandaag wees de rechter uitspraak. De rechter vond dat er geen voldoende spoedeisend belang was, zodat de vordering om deze reden al diende te worden afgewezen. Daarbij vond de rechter dat het bestaan van een vordering niet voldoende aannemelijk was. Onvoldoende staat vast wat partijen zijn overeengekomen en wie aan de dierenarts opdracht heeft gegeven voor de bloedtesten. De vordering is dan ook afgewezen en de wederpartij is veroordeeld in de kosten van de procedure.Terug |
|
 |