|
|
Zo af en toe maakt mr. Wensing een uitstapje naar het strafrecht. Dit spreekt enorm aan temeer de strafpleiter in grote mate is aangewezen op zijn pleitkunsten. De cliënt van mr. Wensing werd verdacht van het mishandelen van zijn voormalige vriendin. Zo waren er bloeduitstortingen, bijt- en knijpwonden en oorletsel geconstateerd na een hoogoplopende ruzie. Aanvankelijk had de cliënt wel de schijn tegen echter de verklaring van de buurman strookte geenzins met de aangifte. De Strafrechter vroeg zich zelfs af of er geen sprake zou zijn van een valse aangifte. Ook uit het forensisch onderzoek kon niet het overtuigende bewijs geput worden. Bij de bewijswaardering bleef uiteindelijk alleen de aangifte over en dat bleek onvoldoende. De cliënt werd vrijgesproken van hetgeen hem tenlaste was gelegd. Terug |
|
 |