|
|
Het Veterinar Tuchtcollege diende te beslissen op een klacht van het minsterie tegen een dierenarts die in een winkel enige wormenspuiten had afgegeven. In de regelgeving is namelijk bepaald dat een dierenarts alleen een wormenspuit mag afgegeven als hij of zij de situatie rond het paard, de huisvesting en de eigenaar kent. De afgifte van wormenspuiten in een winkel zou in beginsel dan ook in strijd zijn met de regelgeving. Het ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de betreffende dierenarts klachtwaardig zou hebben gehandeld. De dierenarts heeft dit betwist nu zij zich voorafgaande aan de afgifte van de wormenspuit door de eigenaar uitvoerig heeft laten informeren over de omstandigheden. Daarbij was het optreden van de ambtenaar beneden alle peil en zelfs intimiderend. Het minsterie heeft naderhand de betrokken ambtenaar hiervoor zelfs moeten berispen. De zaak werd behandeld in Den Haag en de dierenarts werd bijgestaan door mr. Wensing. Het Tuchtcollege bleek gevoelig voor de argumenten van de dierenartsen en zag af van het opleggen van een maatregel (bijvoorbeeld waarschuwing, berisping of schorsing). Wel concludeerde het College dat de dierenarts niet correct had gehandeld echter de verzachtigende omstandigheden rechtvaardigde de uiteindelijke uitkomst. Op zich merkwaardig te noemen dat de aangeklaagde dierenarts zonder maatregel de dans ontspringt, maar dat de opsporingsambtenaar besmet is met een berisping. Terug |
|
 |