De Paardenadvocaat

Column mr. Wensing over langslepende kwesties

Plaatsing: 18-02-2011
Publicaties >>
BEJAARD
 
Alleen al op basis van eigen ervaring kan ik concluderen dat het aantal rechtszaken over de aankoop van een paard enorm is toegenomen. Ondanks dat het in de handel wat minder gaat, lijkt dit geen weerslag te hebben op het groeiende aantal paardenzaken. Kopers zijn mondiger en stappen veel sneller naar een rechter dan voorheen.
Ik wil niemand ontmoedigen, maar een koopkwestie kan weleens heel lang duren. Om een treffend voorbeeld te geven, put ik even uit eigen werk. We gaan terug naar 2003.
Een mevrouw uit Scandinavië zocht een hengst om voor te brengen op de hengstenkeuring. Zij had aan een Nederlandse commissionair een zoekopdracht gegeven. Deze commissionair zocht contact met een Nederlandse collega die in Duitsland een passend paard wist. De koper probeerde het paard een aantal malen uit, liet het keuren en kocht het paard. Het paard werd door de koper in de stal in Duitsland opgehaald. De commissie werd overgemaakt via de bank, de koopsom werd bij het ophalen met cheques betaald. Na de levering bleek het paard niet meer fijn te lopen. De koper weet dit aan krampentrekken. Zonder aankondiging zond zij het paard terug naar de stal van de Nederlandse commissionair die het paard in Duitsland had gevonden. Dit was het begin van een langdurige rechtszaak. In de procedure stelden de commissionair dat zij niet aangesproken konden worden, omdat zij geen verkoper zouden zijn geweest. De koper moest zich maar beklagen bij de Duitse eigenaar. Deze verwees weer naar de commissionairs en uiteindelijk hakte de rechter de knoop door. De Nederlandse commissionair die het paard had opgespoord in Duitsland, was de verkoper. De andere partijen werden als het ware vrijgesproken. Dit omdat de commissionair de onderhandelingen had gevoerd en in ieder geval een gedeelte van de koopsom in ontvangst had genomen. Vervolgens diende de vraag of het paard leed aan een gebrek, beantwoord te worden. Hiertoe benoemde de rechtbank een deskundige die het paard onderzocht. Het paard zou volgens de deskundige lijden aan een lichte vorm van krampentrekken, maar het bestaansmoment kon niet exact vastgesteld worden. Toch was de rechter van mening dat dit gebrek al voor de levering aanwezig was, omdat dit zou blijken uit getuigenverklaringen. De commissionair die door de rechter werd veroordeeld, kon zich hier niet aan conformeren en ging in hoger beroep. In hoger beroep oordeelde het Gerechtshof dat de rechtbank beter had moeten onderzoeken wie nu precies de verkoper was. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, gelastte het Hof een getuigenverhoor. Het was dus nog zeker geen uitgemaakte zaak. Immers de Duitse eigenaar had het paard rechtstreeks aan de koper via zijn stal geleverd en daarbij was niet duidelijk wie nu precies de cheques had ontvangen. Ook in hoger beroep is aan de orde gesteld dat de door de koper benaderde personen verklaringen hebben afgelegd die niet deugen. Krampentrekken is namelijk meestal niet onder het rijden te zien en verdwijnt of wordt minder naarmate het paard meer werkt. De getuigen hadden juist verklaard dat het paard tijdens het bewegen een afwijkende gang vertoonde. De door de rechtbank geraadpleegde deskundige dacht hier anders over. Bovendien leek het erop dat de rechtbank een verkeerde datum van ontdekking van het krampentrekken als ontstaansmoment had genomen. Echter op dit moment is het Hof nog steeds bezig met de vraag wie nu precies de verkoper is. Mocht het Hof de overweging van de rechtbank opvolgen, dan zijn we er nog lang niet. Immers alsdan dient de vraag beantwoord te worden of er wel tijdig geklaagd is en / of het paard ten tijde van de levering leed aan krampentrekken. Dus indien de verkoper de verkoper blijft, dan kan het nog weleens heel lang duren. En we zijn al 8 jaar bezig. De destijds jonge schimmelhengst is inmiddels spierwit en de stallingskosten zijn enorm opgelopen. Als de koper de zaak alsnog verliest kan deze geconfronteerd worden met een stallingsnota van circa 100.000,00 euro. En zo kan het dus gaan in het recht. Wie pleit om een koe, geeft er zeker één toe! Nu moet ik toegeven dat deze zaak wel exceptioneel is. In de regel gaat het sneller en kan het echt wel uit om te procederen. Maar deze zaak kent volgens mij alleen maar verliezers.
 
 
 
Terug
xhtml verified   css verified