|
Mr. Wensing schrijft nieuwe column voor de Paardenkrant over de betekenis van het consumentenkooprecht.
Paard en consument
Nog steeds is er veel onduidelijkheid over het consumentrecht in paardenzaken. Zo menen vele kopers dat zij het paard na de levering weer aan de verkoper kunnen teruggeven als het niet bevalt. Dit is echter niet juist. In Europa is een richtlijn tot stand gekomen die ten doel heeft het bevorderen van de positie van de consument. Deze richtlijn heeft tot de nodige onrust geleid nu hiermee een uniforme regeling inzake de contractuele acties ingeval van non-conformiteit bij consumentenkoop vastgesteld wordt. De regels omtrent de acties die de consument worden geboden zoals het vorderen van nakoming, ontbinding en schadevergoeding worden in grote mate beheerst door Europese regelgeving!
Ingeval de koper het paard van een professionele handelaar heeft gekocht, terwijl de koper aangemerkt kan worden als een consument, kan onder omstandigheden het consumentenkooprecht van toepassing zijn. In dat geval dient de verkoper te ontzenuwen (dit is iets anders dan bewijzen) dat het paard niet aan een aandoening leed voor de koop. Hierdoor wordt de bewijslast als het ware in het voordeel van de koper omgekeerd. In beginsel dient de koper er echter vanuit te gaan dat hij dient te bewijzen dat het paard een verborgen gebrek heeft. En dat is zeker niet eenvoudig.
De – nieuwe – regeling van de consumentkoop kent verschillende bronnen waarvan de kern wordt gevormd door het voorontwerp van T.J. Dorhout Mees uit 1972, dat gebaseerd is op de Beneluxovereenkomst inzake koop en ruil. Eén van de belangrijkste vernieuwingen ten opzichte van het oude recht betreft de regeling over de consumentenkoop. Onder consumentenkoop wordt verstaan de koop van een roerende zaak, zoals een paard, waarbij de koper particulier is en de verkoper een professioneel. Hierbij is van belang op te merken dat deze regels van dwingend recht, ‘soepel’ zijn geformuleerd en aldus dienen zij min of meer als tegenwicht voor de consumentenbescherming.
Wat betekent dit nu in de praktijk? Een teleurgestelde koper heeft een juridisch voordeel indien het gebrek binnen 6 maanden na levering ontstaat. In dat geval moet de verkoper het wettelijk bewijsvermoeden ontzenuwen. Het is daarom voor de verkoper van groot belang om bij verkoop het paard te laten keuren, zodat dan de veterinair toestand vastgesteld kan worden. Indien het paard niet gekeurd is en het paard raakt vervolgens kreupel door arthrose dan kan de verkoper nimmer ontzenuwen dat het paard aan dit gebrek leed ten tijde van de levering. Dan is het ‘domme pech’ voor de verkoper en zal hij moeten meewerken aan ontbinding van de koopovereenkomst. Bij gebreken die acuut zijn ontstaan, geldt dit logischerwijze niet. En indien de verkoper het bewijsvermoeden wel kan ontzenuwen dan ligt de bewijslast weer volledig bij de koper. En hier geldt weer dat de meeste verborgen gebreken te antedateren zijn met maximaal 2 maanden. Antedateren is vaststellen dat iets al langere tijd aanwezig geweest moet zijn.
Een gebrek wat steeds vaker als grondslag voor ontbinding gebruikt wordt is ‘steegsheid’ (staken, onwillig). Indien de verkoper geen getuigen heeft die kunnen verklaren dat het paard niet aan dit gebrek leed, ligt het risico van een succesvolle ontbindingsactie wel op de loer. Immer het gebrek steegsheid is niet te antedateren, kan op elk moment ontstaan, maar door de consumentenbescherming kan de verkoper wel in problemen geraken.
Ik denk dat door deze regelgeving de koper sneller geneigd is om een ontbindingsprocedures te voeren. Juist omdat de consument koper beschermd wordt door het consumentenrecht en er derhalve grotere kansen op succes zijn dan zonder deze beschermende regels. Voor mij is dat een prima zaak, want kredietcrisis of geen kredietcrisis, het aantal rechtszaken neemt bepaald niet af. Wel moet ik opmerken dat, ook al ben ik dan een dief van mijn eigen portemonnee, partijen zich vaak niet realiseren dat een oplossing – iedereen doet wat water bij de wijn – veel leed, tijd en kosten kan besparen. Voordat partijen elkaar in de haren gaan vliegen is het misschien wel eens verstandig om met behulp van een derde te bezien of er op een andere manier een regeling getroffen kan worden. Dit is eigenlijk mediation. Misschien een idee: De Paardenmediator’.
Terug |
|
 |