|
Bekende strafpleiters die met grote regelmaat hun kunnen op de televisie vertonen, ook als ze niets met de betreffende zaak te maken hebben, is geen onbekend verschijnsel.
De Nederlandse advocaat van Joran noemde zijn eigen cliënt een serieleugenaar. De beroemde advocaat uit Amsterdam stond een cliënt bij die verdacht werd van betrokkenheid bij de liquidatie van een voormalige cliënt van deze advocaat. Advocaat mr. Spong wist op de televisie te vertellen dat journalist Peter R. de Vries zich schuldig had gemaakt aan een misdrijf door Joran in een auto heimelijk te filmen. Zaken die te maken hebben met het strafrecht leiden veelal tot verhitte discussies en commotie. Iedereen praat mee en dit is niet bepaald wereldvreemd. De advocaten in het civiel recht zijn terughoudender. Als je iemand vraagt naar bekende strafrechtadvocaten krijg je wel een aantal namen. Als deze vraag over bekende advocaten in het civiele recht zou gaan, zou menigeen geen naam kunnen bedenken. Strafzaken zijn misschien wel ‘spannender’ en raken mensen meer dan civiele zaken , waar het toch vaak alleen om geld gaat. Toch verschijnen met enige regelmaat publicaties over civiele zaken, zeker waar het bekende partijen betreft. Zo ook in de paardenmedia. En met de uitvinding van internet blijft nog maar weinig geheim en zijn de reacties van de lezers vaak nog interessanter dan het artikel zelf. In sommige zaken heb ik bewijs kunnen vergaren uit paardenforums, waarin belangrijke informatie over de veterinaire voorgeschiedenis van het paard stond vermeld wat naadloos aansloot op de meer objectieve gegevens. En eigenlijk is dit goed. Je moet er niet aan denken dat er niets gepubliceerd zou worden. Wat zou er dan een zwart gat ontstaan. Vrije nieuwsgaring en vrijheid van meningsuiting is een enorm belangrijk goed. Het is niet voor niets een grondrecht. Dit kent ook wel een keerzijde, wat bijvoorbeeld de discussie over de film van Wilders oplevert. Hoe ver kun en mag je gaan? De wet is hier niet duidelijk in, er staat ´behoudens ieders verantwoordelijkheid´. En hier moet je het mee doen; wat is de afbakening van ‘ieders verantwoordelijkheid’? Ik denk dat de grens moet liggen bij het maken van een duidelijk onderscheid tussen meningen en feiten. Iets wat als stelling wordt gepresenteerd, moet te herleiden zijn naar de feiten. Het poneren van onwaarheden acht ik uit den boze. Daartegenover staat dat het uiten van gevoelens niet aan enige beperking onderhevig is, tenzij dit onnodig grievend is. Wat onnodig grievend is weet ik niet. Als je onderwerp bent van kritiek kan iets snel als beledigend worden ervaren. Ik ben van mening dat hier aansluiting moet worden gezocht bij het strafrecht, meer in het bijzonder bij de delictsomschrijving van laster en aantasting van goede naam en eer. Ook weer open normen, maar zij bieden wel enige houvast. Zo mocht mr. Bram geen mafiamaatje worden genoemd, maar wel in verband gebracht worden met het aannemen van gelden uit het criminele circuit. In de loop der jaren ben ik zelf ook weleens onderwerp van gesprek in de media geweest. Dit heeft een aantal oorzaken. Voordat ik paardenadvocaat werd, was ik als trainer en jury actief in de dressuursport. Hierdoor ben ik bekend in en met de branche. Zo heb ik eens als jury een wederpartij moeten beoordelen. Als ik gevraagd wordt om een zaak te behandelen tegen iemand die ik goed ken, is het antwoord steevast nee. Soms moet ik bepaalde gevoelens ver weg stoppen, omdat ik bijvoorbeeld de wederpartij bewonder of een paard erg goed vind, terwijl ik in de rechtszaak het tegenovergestelde moet bepleiten. Dit lijkt moeilijk, maar valt in de praktijk wel erg mee. Het is mijn werk om partijdig te zijn. Verder heb ik zaken tegen de KNHS doorverwezen. Ik ben zelf official bij de KNHS en het lijkt mij niet zo gepast om hiertegen te procederen. Keer op keer moet ik voor mijzelf een afweging maken. Echter het belang van de cliënt staat altijd voorop. Hierbij moet ik er zeker van zijn dat ik in alle vrijheid en onafhankelijkheid kan optreden. Er zijn advocaten die het contact met de cliënt beperken tot een kopje koffie. Lunch of diner is uitgesloten. Ik vind dit wat gedateerd. Een goede relatie met een cliënt voegt iets toe en motiveert. Peter R. de Vries was bevriend met Cor van Hout, terwijl hij wel over zijn criminele praktijken publiceerde. Ik vind dat dit moet kunnen. Ik heb ook cliënten die ik best vriend zou willen en kunnen noemen. Het gaat misschien wel wat ver, maar ik vind dat iedere advocaat hierin zelf maar zijn afweging moet maken.
Door mijn specialisme krijg ik ook zaken binnen die mediagevoelig zijn. Ofwel vanwege het belang van de zaak ofwel vanwege de bekendheid van de procespartijen. Zo’n zaak verschijnt dan (al dan niet vrijwillig) in de media. Met name bij kort geding zaken is dit snel aan de orde, omdat journalisten inzicht hebben in de rollijsten. Soms is het de uitdrukkelijke wens van de cliënt om zelf de media op te zoeken om bepaalde misstanden aan de kaak te stellen of om zijn verhaal kwijt te kunnen. Er wordt weleens gesuggereerd dat de media wordt gebruikt ten behoeve van de zaak. Dit is echter onzin. Anderzijds is het wel zo dat er een maatschappelijk belang gediend kan zijn bij correcte verslaggeving over paardenrechtszaken. Het valt mij op dat het publiek erg geïnteresseerd is in deze publicaties. Dit blijkt wel uit de forums op internet, waar veel debatten worden gevoerd over de paardenzaken. Ik tref daar soms zeer opmerkelijke, maar ook wel treffende opmerkingen aan.
Ik ben een groot voorstander van transparante en open discussies en ik vind dat in de paardenmedia op dat gebied een doorbraak tot stand is gekomen. Vroeger werd er nagenoeg niets geschreven over paardenrechtszaken en bleef veel verscholen achter gesloten deuren. Dat is nu wel anders.
Mr. Stephan A. Wensing
Terug |
|
 |