De Paardenadvocaat

Mr. Wensing stelt vraag aan Bleker.

Plaatsing: 13-05-2011
Publicaties >>

S. Wensing _ 11-05-13 _ Brief aan Bleker

Al sinds 2007 is de politiek bezig met een plan van aanpak om het paardenwelzijn in Nederland te verbeteren. De Dierenbescherming heeft een Paardenbesluit opgesteld, omdat zij vond dat de politiek niet voorvarend genoeg te werk ging. Hierop heeft de Tweede Kamer de Sectorraad Paarden opdracht gegeven om vaart te maken met het verbeteren van het paardenwelzijn. Op gemeentelijk niveau is bij wijze van proef een dierenpolitie ingesteld. Deze bestaat uit gemeenteambtenaren die als buitengewoon opsporingambtenaren worden aangesteld en als dierentoezichthouder kunnen optreden tegen mishandeling en verwaarlozing van dieren.

De Sectorraad Paarden heeft een aantal punten uit het door de Dierenbescherming opgestelde Paardenbesluit overgenomen, zoals een minimale bewegingshoeveelheid van vier uur per dag, een minimale boxmaat en een minimale frequentie van het geven van voldoende ruwvoer. Daarnaast is er de eis dat beslaan en bekappen door een erkende hoefsmid moet gebeuren en dat alleen een erkende gebitsverzorger een paard mag behandelen.

Kortom, allerhande juridische maatregelen om het paardenwelzijn in Nederland te verbeteren. In beginsel kunnen deze acties dan ook alleen maar worden toegejuicht. Echter, ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat in de praktijk problemen zullen rijzen bij de uitvoering. Paardenwelzijn in de sport is goed geregeld, omdat de sancties van de sportfederaties zeer fors zijn ten opzichte van het commune strafrecht. Zo is de straf die wordt opgelegd aan een ruiter die zijn paard mishandelt, net zo zwaar als een straf die iemand krijgt opgelegd van de strafrechter bij bijvoorbeeld zware mishandeling.

Buiten de sport om is er echter niet veel geregeld en is het wellicht een goed plan dat zaken omtrent verzorging en huisvesting worden vastgelegd in de regelgeving.

Ik plaats echter grote vraagtekens bij de competentie van de uitvoerders. Ik weet niet of een gemeenteambtenaar bij uitstek de juiste persoon is om handhavend op te treden bij mishandeling of verwaarlozing van paarden. Ik weet ook niet of elk paard vier uur moet bewegen en ik denk ook niet dat de uitvoerders van de regelgeving dat weten. Bovendien telt Nederland meer dan 400.000 paarden en lijkt het mij onmogelijk dat een handje vol ambtenaren kan toezien op de uitvoering van het Paardenbesluit.
Daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen sport-, recreatie- en manegepaarden. Dit onderscheid vind ik in het Paardenbesluit niet terug. Verder zie ik geen verwijzing naar internationale regelgeving en zal de onwenselijke situatie ontstaan dat bij paarden in Duitsland wel de haren uit de oren worden geschoren en in Nederland niet.

Ik ben dan ook van mening dat handhaving niet tot het gewenste resultaat zal leiden. Ik zie de oplossing meer in sociale controle. Paardenkenners die paardenwelzijn hoog in het vaandel hebben staan, moeten leken en niet-leken die minder betrokken zijn bij paardenwelzijn opvoeden. Ook de media kan hierin een belangrijke rol spelen, dat is al gebleken nu onderwerpen over paardenwelzijn vaker worden gepubliceerd dan in het verleden.

Ik eindig deze column met een vraag aan meneer Bleker. Stel dat Totilas niet was behandeld door een erkende hoefsmid. Wat had u dan willen doen?

Mr. Stephan Wensing, advocaat
Deze column verscheen vrijdag 13 mei 2011 in De Paardenkrant
 

Terug
xhtml verified   css verified