|
NEDERLAND SLECHT VOOR DIEREN
De stichting Dierenhulp heeft weer de jaarlijkse lijst samengesteld van landen waar meldingen over grootschalig dierenleed voorkomen. Tot mijn grote verbazing staat Nederland op een zesde plaats en de Antillen zelfs op een derde. Paarden en ezels worden bij de samenstelling van deze lijst meegerekend. Hoe is dit mogelijk? Ik ben recent zeer actief met het opstarten van een sponsorproject voor Brooke Hospital, maar Egypte, Pakistan, Indië en Jordanië staan onder aan de lijst. Klaarblijkelijk zijn de inwoners van deze landen alleen maar slecht voor de lastdieren. Feitelijk ben ik met stomheid geslagen. Wij hebben zelfs een politieke partij die zich inzet voor het welzijn van dieren. Nederland is een beschaafd en ontwikkeld land en respect voor dieren mag verondersteld worden. Nederland telt bovendien tal van actiegroepen, zoals ‘Wilde dieren de tent uit’. Voor onze sportpaarden is in ieder geval alles geregeld. De beste hoefsmeden, dierenartsen, fysiotherapeuten, gedragstherapeuten, coaches, trainers en ruiters waken over de paarden. Misstanden worden direct aan de kaak gesteld en verspreid over het internet. In Den Haag zijn paarden die werden verwaarloosd ‘bevrijd’. Ik vraag mij af welke waarde wij moeten toekennen aan de lijst. De lijst wordt samengesteld op basis van meldingen van toeristen, dierenartsen, mediaberichten, collega organisaties en eigen waarneming. De lijst geeft derhalve een goede indicatie over de omgang met dieren in de verschillende landen. Gelukkig wordt voor wat betreft de hoge klassering van Nederland voornamelijk gerefereerd aan misstanden bij proefdieren en op kinderboerderijen. En daar komen onze sportpaarden niet voor. Desalniettemin is hier enige schaamte wel op zijn plaats en laat de politiek het klaarblijkelijk faliekant afweten. Ik heb eerder geschreven dat de straffen van de KNHS ter zake van paardenleed buitenproportioneel zijn in vergelijking met het commune strafrecht. In deze krant las ik een column over Minister Verburg die de paarden in de steek zou laten. Ik vind dit standpunt zeker verdedigbaar, maar anderzijds verdient het ook enige kanttekeningen. De houders van dieren zijn zelf verantwoordelijk voor het welzijn daarvan. Verder moet er sociale controle zijn, mensen moeten elkaar op het gebied van welzijnsproblematiek bij paarden opvoeden. De minister zou een plan van aanpak overleggen. Dit plan is er en houdt in principe in dat de sportbond het maar zelf moet uitzoeken. Enerzijds wordt door de minster geconstateerd dat er een behoorlijk aantal welzijnsproblemen zijn binnen de paardenhouderij, maar anderzijds leidt gebrek aan visie tot adequate stappen. Het heeft bijna drie jaar geduurd alvorens de minister ons ‘onderdanen’ kon mededelen dat de paardenhouderij het maar zelf moet reguleren. Het is wellicht een open deur, maar deze actie wordt toch echt door de belastingbetaler gefinancierd. Alhoewel: niet elke paardenondernemer vindt dat er belasting betaald moet worden, maar dit geheel terzijde. Nu de paardensport het zelf moet regelen, ligt in mijn optiek hier een veel hogere voorbeeldfunctie. Ik vraag mij af of de F.E.I. hier aan voldoet. Ook de F.E.I. verzandt in onduidelijke regelgeving op het gebied van paardenwelzijn. Per 15 mei aanstaande gelden nieuwe richtlijnen en worden hierbij grotere bevoegdheden aan de steward toegekend. Ook mogen ruiters de hoofd-nekhouding niet langer dan tien minuten in een vaste positie houden. Wat is een vaste positie, wat is de sanctie daarop en impliceert dit dat de stewards met een stopwatch gaan meten? Voorts moet stress bij het paard voorkomen worden. Moeten we nu Parcival uitsluiten wanneer het schrikt van de bloemetjes rondom de ring? Kortom, we zijn weer geen steek verder …. Terug |