|
Mr. Wensing schrijft over het specialisme in zijn vakgebied.
BOKKEN EN STEIGEREN
Inmiddels raakt de aanduiding ‘paardenadvocaat’ meer en meer ingeburgerd in het juridische jargon. In het verleden vielen confrères en collega’s zo ongeveer van hun stoel wanneer ik mij bij een voorstelrondje bekend maakte als paardenadvocaat. Daar hadden mijn vakgenoten echt nog nooit van gehoord. Het was voor hun ondenkbaar dat je een praktijk kon vullen met zaken over paarden. Het is nog steeds wel bijzonder om elke dag weer bezig te zijn met paardenzaken, terwijl mijn collega’s zich bezig houden met echtscheidingen, incasso’s, huurzaken en zo meer. Voor mij is tevens een zeer groot voordeel dat ik alleen te maken heb met ‘paardenmensen’. Die begrijpen elkaar snel en het ijs is meestal direct na een eerste contact gesmolten. Ik declareer nagenoeg geen telefoongesprekken simpelweg omdat deze veelal niet alleen over de zaak gaan, maar ook een soort sociaal en informatief gehalte hebben. Het maakt het werk in ieder geval zeer plezierig.
Ik realiseer mij dat ik mij op enigszins wonderbaarlijke wijze afscheid binnen de beroepsgroep. Een standaard vraag aan een advocaat tijdens een sociaal uitje is altijd “Vind je het niet moeilijk om een moordenaar of een verkrachter te verdedigen?” Deze vraag kan ik niet beantwoorden, omdat ik nog nooit ben ingehuurd door iemand die van zo’n ernstig feit verdacht wordt. Bij mij zou de vraag moeten zijn: “ Vind je het niet moeilijk om een professionele paardenhandelaar bij te staan die door de koper wordt verweten dat hij een paard heeft geleverd dat niet aan de overeenkomst beantwoord?” Op zo’ n vraag komt niemand en dat bevestigt nog eens de zeer bijzondere specialisatie die ik kan en mag beoefenen. Op de vraag die ik mij dan zelf maar stel, ga ik even in. Juist omdat dit de kern van een koopgeschil betreft. De wet bepaalt dat een geleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Indien dit niet het geval is is er sprake van non-conformiteit en dat zou een reden kunnen zijn voor ontbinding van de koopovereenkomst. Bij de verkoop van een paard moet het paard geschikt zijn voor het doel waarvoor het is aangeschaft dan wel over die eigenschappen beschikken die de koper op grond van de overeenkomst redelijkerwijze mocht verwachten. De beantwoording van deze vraag is afhankelijk van alle omstandigheden. Het is duidelijk dat een chronisch ziek paard niet aan de overeenkomst beantwoordt. Hetzelfde geldt voor een paard dat in werkelijkheid vele jaren ouder blijkt te zijn. Ook stalgebreken zijn verborgen gebreken en maken een paard non-conform. En wanneer een paard als Z2 dressuurpaard is verkocht en het blijkt slechts in de klasse M1 geregistreerd te zijn, dan is er ook sprake van geleverd paard dat niet aan de overeenkomst beantwoordt. De meeste vragen over koopkwesties gaan over dit thema. Een veelvoorkomend onderwerp hierbij is steegsheid. Het paard vertoonde bij het proefrijden geen problemen, maar bleek na de levering zo ongeveerd staatsgevaarlijk. Ik heb over dit onderwerp meermalen geprocedeerd en het valt mij op dat de rechtbank ongewenst gedrag van een paard als een koopvernietigend gebrek kwalificeert. Weliswaar is steegsheid moeilijk te diagnosticeren, maar anderzijds is door bijvoorbeeld een instructeur weer wel makkelijk vast te stellen of een paard al dan niet meewerkt. Ik zie een bepaalde tendens. De term non-conformiteit wordt opgerekt. Het gaat niet alleen meer om OCD en hoefkatrol, maar ook om bokken en steigeren.
Terug |
|
 |