S. Wensing _ 10-07-23 _ Het paard in het recht
Het paard neemt in onze samenleving een bijzondere plaats in. Paarden zijn van werkdieren gepromoveerd naar sporters waar veel – financiële - belangen mee gemoeid zijn. En bergen emoties. In het juridisch stelsel neemt het paard een bijzondere plaats in. Volgens het goederenrecht is een paard een roerende zaak (ex artikel 3 lid 2 Boek 3 BW). Deze eenvoudige vaststelling levert in de juridische praktijk desondanks de nodige problemen op. Geen enkele paardenliefhebber kan zich voorstellen dat een paard een roerende zaak is, zoals een bankstel dat geen emoties oproept.
Aan de koop van een paard ligt een koopovereenkomst ten grondslag. Veelal is dit een mondelinge instemming van partijen. De koper verklaart het paard te hebben gekocht, gelijk aan de verkoper die verklaart het paard te hebben verkocht. Uiteraard is het verstandiger om de gemaakte afspraken schriftelijk vast te leggen. Dit even terzijde.
In de rechtspraktijk merk ik dat het toch bijzonder lastig is om een paardenzaak te presenteren aan rechters die niets van paarden weten. Soms is het zo duidelijk dat een paard een verborgen gebrek had, maar kan dit aan de hand van de wetenschap niet bewezen worden. In Roermond had ik een zaak die ging over een verkocht paard dat na levering kreupel raakte. Er dook een video op die was gemaakt voor de koop en waarop het paard kreupel was aan het been waar het om ging. De rechter vond echter dat er toch niet voldoende bewijs was. De kreupelheid aan het been kon namelijk een andere oorzaak hebben. Een vergelijkbare uitkomst deed zich voor in Leeuwarden. Het paard liep op de hengstenkeuring onregelmatig en de jury zag dat. De rechter vond dat die jury niet dezelfde expertise heeft als een dierenarts en dus ook geen onregelmatigheid bij een paard kan vaststellen. Ik vind dat er genoeg juryleden zijn die op dit gebied meer expertise hebben dan een dierenarts.
In mijn vorige column schreef ik al dat rechters ook verschillend denken over gebreken, zoals krampentrekken. De rechtbank in Zwolle maakte het mijns inziens wel zeer bont door te oordelen dat een klophengst, ten tijde van de koop was niet zichtbaar dat het paard maar één teelbal had, wel aan de overeenkomst beantwoordt. Als je een hengst koopt, dan mag je verwachten dat hij twee ballen heeft.
Gelukkig gaat het ook vaak goed, mede dankzij de inbreng van de Faculteit in Utrecht die vaak als rechtbankdeskundige wordt aangesteld en een duidelijk lijn houdt in het antedateren van gebreken. De uitkomst van een deskundigenonderzoek in Utrecht is beter voorspelbaar dan de uitkomst van een vonnis. Nu de Nederlandse dressuur de sport volledig domineert, zal dit invloed hebben op de export. Meer verkopen betekent ook meer geschillen. Als ik volgende week weer al mijn rekeningen moet betalen, dan zal ik even aan Edward, Adelinde en Imke denken.
mr. Stephan Wensing
Deze column verscheen vrijdag 23 juli 2010 in De Paardenkrant. Terug |