De Paardenadvocaat

Vervoersaansprakelijkheid

Plaatsing: 29-08-2009
Publicaties >>
Zorgplicht paardenvervoerders veel groter dan gedacht

Rechter: ‘CMR niet zaligmakend’

De tijd dat paardenvervoerders alle schadeclaims kunnen afwijzen omdat ze er volgens het zogenaamde CMR niet voor aansprakelijk gesteld kunnen worden, is voorbij. Volgens recente Nederlandse rechtspraak heeft de vervoerder een zorgplicht voor levende have. Doet een vervoerder niet alles om een paard de reis goed te laten doorstaan, is hij aansprakelijk voor eventuele schade. Advocaat Mr. Stefan Wensing: ,,De wet van het Nederlandse gerecht vult het CMR aan en dat is nieuw. Niet alle risico’s zijn meer voor de eigenaar van het paard.’’



Het houden van paarden brengt bepaalde risico’s met zich mee. Het paard kan ziek worden, zich verwonden of zelfs plotseling overlijden. Als eigenaar draag je in nagenoeg alle gevallen de schade. Tot voor kort was het gebruikelijk dat ook de schade bij transport voor rekening van de eigenaar van het paard kwam. Sinds een uitspraak van de rechtbank Maastricht is daar deels verandering in gekomen. Als een vervoerder niet alles uit de kast heeft gehaald om het paard goed te verzorgen, dan kun je hem verantwoordelijk stellen voor schade. Dat vloeit voort uit de rechterlijke strijd die advocaat Mr. Stefan Wensing voerde in opdracht van een cliënt tegen een vervoerder om schadevergoeding. Tijdens het vervoer van een paard van Nederland naar Engeland ontstond namelijk schade aan het paard. Het paard in kwestie was redelijk gevoelig voor stress en uitte dat door niet te willen drinken. Eenmaal in Engeland aangekomen, na 28 uur transport, was het paard verre van fit. De chauffeur gaf aan dat het paard inderdaad niet had willen drinken en dat hij vast last had van uitdroging. De verwachting was dat als het paard eenmaal op stal zou staan, hij weer zou gaan drinken en dat hij wel bij zou trekken. Eén en ander liep anders. Het paard bleek zo erg te zijn uitgedroogd dat hij moest worden behandeld en later zelfs werd opgenomen in een dierenkliniek. De totale behandelrekening liep op tot 10.000 euro, het bedrag dat Wensings cliënt nu van de vervoerder vergoed wil zien.

,,In eerste instantie beriep de vervoerder zich op het CMR, de conventie die contracten rondom internationaal goederenvervoer regelt. Dit CMR geeft aan dat vervoerders niet aansprakelijk zijn voor schade aan te vervoeren goederen, als de goederen bijvoorbeeld niet goed zijn verpakt of erg kwetsbaar zijn. Het sluit zelfs expliciet uit dat ze verantwoordelijk zijn voor schade aan levende have, voor zover het om ‘bijzondere gevaren’ gaat.’’ Het plotseling overlijden van een paard of een dodelijke koliekaanval, vallen onder de term ‘bijzondere gevaren’. Hiervoor kan een eigenaar een vervoerder niet voor aansprakelijk stellen, omdat het risico’s zijn die inherent zijn aan het houden van paarden. Bovendien was de vervoerder van mening dat hij had afgeleverd wat op de vrachtbrief stond, namelijk één paard. Wensing: ,,Gelukkig oordeelde de rechter meteen dat een vrachtbrief de rechten van de ontvanger niet teniet kan doen. Het paard in kwestie was voor transport gekeurd en gezond bevonden en was ‘ziek’ toen het in Engeland aankwam. Deze twee gegevens stonden vast op basis van dierenarts verklaringen. Wat er dan nog op de vrachtbrief staat, maakt eigenlijk niet uit.’’



Redelijk en billijk

Ronduit verrassend was de uitspraak van de rechter betreffende de werking van het CMR. Hoewel het CMR uit dwingende regelgeving bestaat, die niet teniet gedaan kan worden door het Burgerlijk Wetboek, kan nationale wetgeving wel aanvullend werken op het CMR. De rechter besliste dan ook dat het CMR gewoon geldigheid had, maar dat het niet alle punten in de voorliggende zaak regelde. Uitdroging van een paard valt volgens de rechter niet onder ‘bijzondere gevaren’, waardoor nationale wetgeving daar werking heeft. Wetende dat het paard een slechte drinker was, had de chauffeur vaker water aan moeten bieden. Natuurlijk heeft de chauffeur water aangeboden, met enige regelmaat, maar dat was voor de rechter niet voldoende. Hij paste de Nederlandse wetgeving omtrent redelijkheid en billijkheid toe in zijn vonnis.

Door het toepassen van het redelijkheid en billijkheidsprincipe acht de rechter het vanzelfsprekend dat de transporteur een zorgplicht jegens het paard heeft. Hij nam in zijn vonnis mee dat de chauffeur heeft gezien dat het paard niet dronk. ,,Het simpelweg aanbieden van water en constateren dat het paard niet drinkt, is onvoldoende om aan de zorgplicht tegemoet te komen’’, aldus de rechtbank. De rechter legde de lat aanzienlijk hoger, waarmee hij een belangrijk precedent schepte voor alle paardenvervoerders in Nederland. Wensing: ,,Met het aanbieden van water had de chauffeur weliswaar één maatregel genomen voor het behouden van het welzijn en de gezondheid van het paard, maar niet ‘alle’ maatregelen. Dat is wel wat de rechter verwacht, waardoor er een veel zwaardere zorgplicht op vervoerders rust dan dat tot nu toe het geval was.’’ De rechter was van mening dat het niet nemen van alle maatregelen gelijk staat aan opzet om schade te veroorzaken. ,,Een uitspraak met verregaande consequenties.’’ De transporteur is verantwoordelijk voor de schade. Gelukkig voor hem geniet hij nog enige bescherming van het CMR. Alleen de kosten van behandeling van het paard, van ‘de beschadiging’ aan het transportgoed zijn op hem te verhalen. Niet de indirecte kosten van het minder waard worden van een paard omdat het dier iets niet meer zou kunnen.

Wat had de transporteur dan moeten doen? Volgens de rechter alles wat in zijn mogelijkheden lag. Daaronder valt natuurlijk het aanbieden van water, maar binnen de zorgplicht moet nog veel meer. Zo had de chauffeur op zijn minst contact kunnen leggen met de eigenaar en hem om raad vragen wat te doen, gezien de omstandigheden. ,,Behalve het vragen om instructies, had de chauffeur ook een dierenarts kunnen aandoen. Een transporteur kan daar net als een pensionstalhouder altijd de kosten van verhalen op de eigenaar. Duidelijk is in ieder geval dat er veel meer actie ondernomen moet worden, dan tot nu toe gebruikelijk. Zelfs als dat meer tijd en geld kost.’’



Gevolgen in de praktijk

Wensing verwacht dat de uitspraak van de rechter zal leiden tot een interne verscherping van de verzorgingsregels binnen de transportwereld. Hij wijst erop dat de zaak van het uitgedroogde paard niet op zichzelf staat. ,,Ook in andere gevallen, bij tijdens het transport opgelopen schaafwonden en andere ongelukjes kan een transporteur zich niet verschuilen achter het CMR. Hij kan natuurlijk niet voorkomen dat er iets gebeurt, hij kan er wel voor zorgen dat de gevolgen tot een minimum beperkt blijven door actie te ondernemen. Of die actie nu het iets vaker stoppen is of het meteen roepen van een dierenarts en het aanleggen van een infuus, dat zal van geval tot geval bekeken moeten worden. Het belang van het paard moet voorop staan. Of de door de vervoerder genomen actie voldoende is kan uit twee dingen blijken. Aan het schade beperkende effect van de actie en uit eventuele toetsing van een rechter achteraf.’’ Gezien het feit dat de rechter heeft gesteld dat de bewijslast bij de transporteur ligt, is het aan deze professionele partij om te bewijzen welke acties in het geval van schade zijn genomen.
Terug
xhtml verified   css verified