In een zeer complexe paardenzaak weet de cliënt het Gerechtshof op andere gedachten te brengen. In deze zaak heeft de wederpartij in 2008 een aantal paarden aan de cliënt verkocht en in eigendom overgedragen. Vervolgens heeft de wederpartij verzuimd om 1 paard te leveren alsmede een stamboekpapier toebehorend aan een ander paard dat reeds aan de cliënt verkocht was. Vervolgens is tussen partijen een discussie gerezen over vermeende eigendomsrechten en is de zaak voorgelegd aan de rechtbank. Bij vonnis van 28 maart 2012 heeft de rechtbank de wederpartij veroordeeld om het betreffende stamboekpapier aan de cliënt af te geven. Voor wat betreft de door de cliënt gevorderde schade, oordeelde de rechtbank dat er onvoldoende was gesteld om de schade te kunnen begroten. Namens de cliënt is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. De cliënt stelde zich op het standpunt dat het niet in het bezit zijn van een stamboekpapier schade berokkent temeer de wederpartij de weg naar het aanvragen om een duplicaat papier frustreerde. Het Gerechtshof laat de cliënt toe tot het leveren van nader bewijs. Het Gerechtshof oordeelde namelijk:
Partijen zijn het er over eens dat normaal gesproken een duplicaat van het stamboekpapier kan worden aangevraagd. Zij verschillen evenwel van mening of dat ook in dit geval mogelijk zou zijn geweest. [appellant] heeft namelijk gemotiveerd betwist dat een aanvraag van een nieuw stamboekpapier in het onderhavige geval succesvol zou zijn geweest gelet op de informatie die [geïntimeerde] aan het stamboek had verstrekt. In het licht van deze gemotiveerde betwisting staat niet vast dat [appellant] in dit geval inderdaad een nieuw stamboekpapier had kunnen verkrijgen. Het verweer van [geïntimeerde] houdt een beroep op eigen schuld aan de zijde van [appellant] in. [geïntimeerde] draagt de bewijslast van hetgeen hij ter onderbouwing van zijn beroep op eigen schuld van [appellant] heeft aangevoerd. [geïntimeerde] wordt toegelaten te bewijzen dat indien [appellant] in oktober 2008, althans korte tijd nadien, voor het paard Gitane bij het stamboek een nieuw stamboekpapier zou hebben aangevraagd, hem dat zou zijn verstrekt.
Als [geïntimeerde] slaagt in het bewijs, dan moeten de vorderingen van [appellant] tot vergoeding van de – beweerdelijk - geleden schade worden afgewezen. Van [appellant] had immers mogen worden verwacht de schade ten gevolge van de tekortkoming van [geïntimeerde], zijnde het niet afgeven van het stamboekpapier van Gitane, binnen redelijke grenzen te beperken. Als het mogelijk was een duplicaat stamboekpapier te verkrijgen, dan had van [appellant] redelijkerwijs mogen worden verwacht dat aan te vragen zodra duidelijk was, dat [geïntimeerde] niet bereid was het stamboekpapier af te geven, althans in ieder geval op een zodanig tijdstip, dat dit stamboekpapier nog tijdig na de door [appellant] gestelde verkoop en levering van Gitane aan [stal] ([koper]) zou kunnen worden nageleverd.
Terug