06-12-18 - Vorderingen wederpartij afgewezen |
| Plaatsing: 06-12-2019 |
| Uitspraken >> Nieuws |
De cliënte van mr. Wensing heeft in 2017 een paard verkocht, waarbij bemerkingen zijn geconstateerd. Na de levering bleek de koper teleurgesteld en heeft de cliënte gevraagd om het paard terug te nemen. De cliënte liet de koper hierop weten dat zij dit niet ging doen, maar was wel bereid om het paard te ruilen voor een ander paard. Het paard werd naar de cliënte teruggebracht. een ruil heeft niet plaatsgevonden.
Vervolgens heeft de wederpartij in rechte de betaalde koopsom teruggevorderd. De cliënte vorderde onder meer stallingsgelden. De rechter oordeelde dat van verzuim zijdens de cliënte geen enkele sprake is. Na het ruilaanbod heeft de wederpartij de koop ontbonden. Ook heeft de wederpartij aangegeven dat zij niet meer akkoord zou gaan met een ruil. Er verstreek een periode van meer dan vier maanden zonder dat de wederpartij een vervangend paard verlangde. De rechter oordeelt dat de wederpartij niet langer een ruilovereenkomst gestand wilde doen. De vorderingen van de wederpartij standen dan ook. De vordering van de cliënte wordt afgewezen, omdat deze onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. De vordering van de cliënte met betrekking tot een gebod tot het ophalen van het paard wordt toegewezen en wel op straffe van een dwangsom tot een maximum van 30.000,00 euro.
Terug