10-04-12 - Hattrick

Plaatsing: 09-04-2012
Uitspraken >> Nieuws
De afgelopen week mochten de cliënten van mr. Wensing zich heugen op vier vonnissen waarin zij in het gelijk werden gesteld. In de eerste zaak vorderde mr. Wensing namens zijn cliënt alle kosten van verzorging, stalling, dierenarts, hoefsmid en het geven van beweging in een zaak waarin eerder de koopovereenkomst door de rechtbank was ontbonden. De wederpartij (verkoper) voerde verweer en vond de kosten buitensportig en onnodig. Zo kon het paard voor een lager bedrag onderhouden worden en was het onnodig om het paard te beslaan en in een stapmolen te zetten. Daarbij beriep de wederpartij zich op matiging van de schade, omdat zij te weinig draagkracht had om de vordering te kunnen voldoen. De rechtbank in Leeuwarden passeerde het verweer en wees de vorderingen van de cliënt integraal toe. De cliënt had geen onnodige kosten gemaakt en voor matiging was evenmin plaats temeer de verkoper ook naderhand via sporthorses.nl paarden verkocht.
In de tweede zaak bekrachtigde het Gerechtshof te Amsterdam een half uur na het pleidooi het vonnis van de Voorzieningenrechter die had beslist dat een door de cliënte van mr. Wensing uitgeleend paard op 14 april 2012 terug moest naar de eigenaar. Volgens de wederpartij mocht zij het paard voor onbepaalde tijd houden, maar daar dachten zowel de rechtbank als het Gerechtshof klaarblijkelijk anders over. Ook de rechtbank in Maastricht kon de cliënte van mr. Wensing blij maken. Zij vorderde namelijk ontbinding van een koopovereenkomst, waarbij de koopsom alsmede alle kosten teruggevorderd c.q. gevorderd werd. De cliënte had een Fries paard gekocht die atactisch bleek te zijn. In de zaak kon het ontstaansmoment van de ataxie niet exact bepaald worden en de rechtbank neigde in eerste instantie dan ook naar een bewijsopdracht richting de koper. Echter in de procedure kwam de rechtbank terug op eerder ingenomen standpunten en legde uiteindelijk de bewijslast op de verkoper, omdat dit voortvloeit uit het consumentenrecht. De verkoper kon niet bewijzen dat het paard voorafgaande aan de levering niet leed aan ataxie en dat leidde tot toewijzing van de vorderingen van de cliënte van mr. Wensing. Terug
↑