De cliënten van mr. Wensing sloot met een pensionstal een overeenkomst inhoudende dat deze stal alle paarden van de cliënten zou overnemen. Dit betroffen met name jong paarden die in de fokkerij ingezet konden worden. De wederpartij was reeds doende met het registreren van de paarden bij verschillende stamboeken. Ook was het transport al geregeld. Op enig moment blies de wederpartij de overeenkomst af en meldde de cliënten dat zij de paarden niet meer zouden overnemen. De cliënten van mr. Wensing stelden de wederpartij in gebreke en vorderde de papieren van de paarden terug. De wederpartij weigerde om deze papieren af te geven. De cliënten konden de paarden dan ook niet meer vervoeren en evenmin inzetten in de fokkerij of verkopen. De paarden zonder papieren vertegenwoordigde immers geen waarde meer. Het geschil leidde tot een rechtszaak en de cliënten vorderden onnodig gemaakte stallingskosten van bijna 15.000,00 euro. In de rechtszaak werd deze vordering onvoldoende weersproken door de wederpartij en bij vonnis van 29 augustus 2013 dan ook toegewezen. De wederpartij had ook nog een - zeer bijzondere - tegenvordering ingesteld. Zij vorderden namelijk een bedrag van 250.000,00 en 183.260,00 euro, omdat zij vonden dat het instellen van de vordering als afpersing gekwalificeerd kon worden. De rechter wees deze vorderingen af, omdat het verband niet te ontwaren is. De wederpartij is tevens veroordeeld in de proceskosten.
Terug