10-11-14 - Gerechtshof bekrachtigd vonnis in conventie

Plaatsing: 10-11-2014
Uitspraken >> Nieuws

Bij vonnis van 6 februari van dit jaar besliste de rechtbank dat de eigenaar van een pony een maandelijks bedrag van bijna 1.400,00 euro aan de cliënte van mr. Wensing moest betalen. Dit omdat de eigenaar de pony bij de cliënte in gerechtelijke bewaring had gestald. De wet bepaalt dat de partij die de gerechtelijke bewaring laat bevelen, in moet staan voor de kosten van bewaring. In het geval van de huisvestiging van een pony betreft dit kosten van stalling, onderhoud, verzorging, dierenarts en hoefsmid. De eigenaar was het niet eens met deze uitspraak en heeft bij het Gerechtshof Den Bosch hoger beroep ingesteld. Het Gerechtshof stelde de cliënte in het gelijk. Partijen hadden weliswaar geen afspraken gemaakt over de kosten, maar het loon van de bewaarder wordt gewoonlijk door de bewaarnemer vastgesteld en daarbij dient aanluiting gezocht te worden bij een redelijk loon. Nu de cliënte één van de meest vooraanstaande en exclusieve dressuurstallen in Europa exploiteert, is het door de cliënte gevorderde bedrag niet onredelijk. Immers de eigenaar heeft er zelf voor gekozen om de pony juist bij deze stal in gerechtelijke bewaring af te laten geven. De door de eigenaar opgeworpen grieven falen dan ook en het Hof bekrachtigt het vonnis van 6 februari 2014. In reconventie (tegenvordering) wijst het Hof aan de eigenaar een bedrag van 7.445,65 euro toe, omdat de cliënte met de pony nog dekopbrengsten heeft gegenereerd.

Terug
↑