14-09-16 - Vorderingen tegen cliënte afgewezen.

Plaatsing: 19-09-2016
Uitspraken >> Nieuws

De rechtbank had in een vonnis bepaald dat een dressuurpaard binnen 14 dagen na betekening van het vonnis afgegeven diende te worden. In deze procedure waren de cliënte van mr. Wensing en diens dochter partij. Echter in dit vonnis was niet bepaald dat de cliënte verplicht zou zijn tot afgifte van het paard.

Het paard bleek niet meer gestald op de bij de wederpartij bekend zijnde pensionstal. Hierop vorderde de wederpartij dat het paard weer terug zou keren naar deze stal en wel op straffe van dwangsommen en gijzeling. De wederpartij stelde tegen de cliënte en haar dochter een kort geding procedure in. De kort geding rechter oordeelde dat in het vonnis van de bodemzaak geen veroordelingen zijn uitgesproken tegen de cliënte. In conventie wordt de wederpartij dan ook in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de kosten.

Terug
↑