15-04-14 - Vrijheid van meningsuiting

Plaatsing: 15-04-2014
Uitspraken >> Nieuws
In een procedure vorderde de wederpartij schade, omdat de cliënte volgens hem een lastercampagne zou hebben gevoerd en inhoudelijk onjuiste berichten zou hebben verspreid. De rechtbank wijst deze vordering af:

De rechtbank is voorts van oordeel dat evenmin voldoende gesteld is dat [eiseres verkort] opzettelijk heeft medegewerkt aan de totstandkoming van deze berichtgeving om [gedaagde verkort] te schaden. Voorts valt niet in te zien in hoeverre deze berichtgeving onjuist of onnodig grievend is. De berichtgeving betreft slechts een korte, zakelijke en juiste weergave van de toegewezen vorderingen van [eiseres verkort]. De enkele omstandigheid dat daarbij niet is vermeld dat het vonnis bij verstek is gewezen, brengt naar het oordeel van de rechtbank nog niet met zich dat sprake is van onrechtmatig handelen aan de zijde van [eiseres verkort].

Op grond van het voorgaande zal de gevorderde verklaring voor recht dat [eiseres verkort] onrechtmatig jegens [gedaagde verkort] heeft gehandeld, alsmede de veroordeling tot het betalen van schadevergoeding op te maken bij staat - nog afgezien van de omstandigheid dat [gedaagde verkort] naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk heeft gemaakt dat door hem enige schade is geleden - worden afgewezen.
Terug
↑