25-04-13 - Cliënte wint hoger beroep.

Plaatsing: 25-04-2013
Uitspraken >> Nieuws
De zaak gaat al weer elf jaar terug in de tijd. De cliënte van mr. Wensing had haar pony geruild voor een paard van haar voormalige partner. Dit paard is verder opgeleid door de dochter van cliënte en voor haar was het paard feitelijk bedoeld. Het paard betrof een merrie en partijen hadden afspraken gemaakt over een veulen, omdat de merrie dragend zou zijn. De merrie bleek niet dragend en de andere partij drong ook niet verder aan. Evenmin liet hij iets van zich horen totdat de cliënte het paard verkocht. Op dat moment stelde de wederpartij zich op het standpunt dat er geen sprake was geweest van een ruilovereenkomst en vorderde de door hem vastgestelde waarde van het paard. De zaak werd behandeld door de rechtbank te Groningen en die overwoog dat tussen partijen niet was gebleken van ruilovereenkomst. De zaak kreeg een vervolg in hoger beroep. Het Gerechtshof besliste dat de rechtbank de cliënte had moeten toelaten tot het leveren van bewijs. Het Gerechtshof liet de cliënte dan ook alsnog toe tot het leveren van bewijs, waaruit zou blijken dat zij in 2002 eigenaar geworden zou zijn van het paard. Hiertoe zijn getuigen gehoord en het Gerechtshof acht de cliënte geslaagd in hetgeen haar te bewijzen is opgedragen. Over de getuigenverklaring van de wederpartij merkt het Gerechtshof nog op dat zij twijfelt aan de betrouwbaarheid. Het vonnis in eerste aanleg is vernietigd en de wederpartij is in beide instanties veroordeeld in de proceskosten. Hierdoor is een einde gekomen aan een jarenlang geschil over de eigendomsrechten van een reeds verkocht paard.   Terug
↑