Column Paardenkrant:

Plaatsing: 29-08-2009
Publicaties >>
Ik vraag mij serieus af wat het effect zal zijn van de stellingname van de F.E.I.,
waarin zij heeft gesteld dat toepassing van LDR/Hyperflexie

(kort gezegd het paard met de neus tussen de voorbenen laten lopen) als geestelijk
misbruik aangemerkt dient te worden en niet wenselijk wordt geacht.


Als paardenadvocaat zal ik mij niet uitlaten over de vraag wat ik vind van deze
trainingsmethode, maar mij beperken tot de eventuele juridische gevolgen van
deze verklaring van de hoogste hippische sportbond federatie.

Deze methode wordt in Nederland op grote schaal toegepast. Het is dan ook
zeker niet ondenkbaar dat een koper van een paard een paard koopt die
volgens deze - door de F.E.I. afgekeurde - methode is afgericht. In het
geval de koper niet met het paard overweg kan, rijst de vraag of het paard
aan de overeenkomst beantwoordt. In beginsel komt dit geheel voor risico van
de koper; de verkoper kan immers geen succes garanderen. Echter indien het
paard volgens de verklaring van de F.E.I. stelselmatig geestelijk is
misbruikt, kan dit aangemerkt worden als een verborgen gebrek dat zou kunnen
leiden tot ontbinding van de koopovereenkomst. De praktijk zal deze
juridische beschouwing nog moeten uitwijzen. Maar de koper heeft met de
verklaring van de FEI wel enige munitie binnen handbereik.

Het verbaast mij dan ook enigszins dat de uitkomst van het onderzoek van de
F.E.I. naar de werking en gevolgen van LDR/Hyperflexie niet tot meer
reacties heeft geleid. Ik zie hierin tegenstrijdigheid. Hoe kun je iets
afkeuren en tegelijkertijd gedogen? En wanneer wordt LDR correct en wanneer
niet? Het is wel moedig van de F.E.I. om hierin een formeel standpunt te
nemen, maar het lijkt vooralsnog onwerkbaar en verwarrend.

Ik heb nog een juridisch voorbeeld. Stel dat een eigenaar zijn paard laat
trainen door een professionele ruiter die de LDR-hyperflexie methode
toepast. Na verloop van tijd presteert het paard slecht zonder duidelijke
veterinaire oorzaak. De opdrachtgever (eigenaar) kan stellen dat dit te
wijten is aan geestelijk misbruik van het paard en de trainer aansprakelijk
stellen voor alle schade en de verplichting tot betaling van het
trainingsgeld opschorten. Ver gezocht, maar anderzijds is het evident dat
een overeenkomst tot training van een paard niet mag inhouden dat het paard
geestelijk wordt misbruikt. In juridisch jargon zou dit als wanprestatie
kunnen worden aangemerkt. Ook hier kan de verklaring van de F.E.I. als
bewijsworden gebruikt. Moeilijk te weerleggen omdat er geen hogere instantie
is. En rechters gaan louter af op deskundigen.

De soep wordt meestal niet zo heet gegeten als die opgediend wordt. De
rechter zal kijken naar de omstandigheden van het geval en per zaak
onderzoeken of het paard al dan niet geestelijk is misbruikt en dit niet
laten afhangen van één algemene verklaring.
Terug
↑