Hof gaat verder ...

Plaatsing: 02-03-2026
Uitspraken >>

Het verhaal achter de zaak

In de zomer van 2021 koopt een particuliere koper een dressuurpaard voor € 50.000. Het paard wordt verkocht via een paardenhouderij die wordt gedreven in de vorm van een maatschap. Eén van de maten onderhoudt het contact met de koper en ondertekent de koopovereenkomst. Het paard wordt aangeprezen als geschikt voor de dressuursport.

De koop lijkt aanvankelijk probleemloos te verlopen. De helft van de koopsom wordt overgemaakt naar de rekening van de maatschap, de andere helft naar een privérekening van een betrokkene. Kort daarna wordt het paard geleverd.

De eerste twijfels

Na de levering begint de koper echter onregelmatigheden te merken in de beweging van het paard. Het dier loopt niet soepel, vertoont moeite in overgangen en lijkt soms instabiel. In eerste instantie wordt nog gedacht aan trainings- of bestralingskwesties. Het paard wordt verder getraind en begeleid.

Wanneer de klachten aanhouden, laat de koper het paard onderzoeken door een dierenarts. Daarbij worden lichte neurologische afwijkingen vastgesteld. Een tweede onderzoek bevestigt bewegingsproblemen. Uiteindelijk volgt een CT-scan, waaruit blijkt dat er sprake is van een vernauwing in de halswervels (osteochondrose/arthrose), die mogelijk ataxie — een coördinatiestoornis — kan veroorzaken.

Voor de koper is de conclusie duidelijk: dit paard is niet geschikt voor de dressuursport waarvoor het is aangeschaft.

De breuk tussen partijen

In december 2021 stelt de koper de verkopers formeel aansprakelijk. Zij beroept zich op consumentenbescherming en stelt dat het paard niet aan de overeenkomst beantwoordt. Zij ontbindt de koop buitengerechtelijk en eist:

  • terugbetaling van de volledige koopprijs,
  • vergoeding van gemaakte kosten (stalling, dierenartsen, hoefsmid),
  • rente en bijkomende kosten.

Omdat zij vreest dat verhaal onmogelijk zal worden, laat zij conservatoir beslag leggen op onroerende zaken van de verkopers.

De verkopers wijzen aansprakelijkheid af. Volgens hen was het paard gezond bij levering. Zij betwisten dat sprake is van een relevant gebrek en voeren aan dat eventuele klachten ook andere oorzaken kunnen hebben, zoals training of gebruik. Bovendien stellen zij dat de koper te laat heeft geklaagd.

De procedure bij de kantonrechter

De zaak komt voor de kantonrechter. Daar spelen verschillende vragen:

  1. Wie was eigenlijk de verkoper?
    Was dat de maatschap, één van de maten privé, of meerdere personen?
  2. Is sprake van een consumentenkoop?
    Dat is belangrijk, want bij consumentenkoop geldt extra bescherming voor de koper.
  3. Is tijdig geklaagd?
  4. Was het paard bij levering al gebrekkig?

De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een consumentenkoop. De verkoper handelde in de uitoefening van zijn bedrijf; de koper was particulier. Verder oordeelt de kantonrechter dat het paard non-conform was en dat de koper tijdig heeft geklaagd. De koop wordt als rechtsgeldig ontbonden beschouwd.

De verkopers worden veroordeeld tot terugbetaling van de koopprijs en tot betaling van schadevergoeding en kosten.

Hoger beroep: het debat verdiept zich

De verkopers gaan in hoger beroep. Daar wordt het juridisch debat verfijnder en technischer.

1. Wie was contractspartij?

Het hof kijkt nauwkeurig naar de omstandigheden rond het sluiten van de overeenkomst. Hoewel in het contract slechts één naam als verkoper staat, blijkt uit gedragingen, communicatie en bedrijfsactiviteiten dat de betreffende persoon handelde als maat van de maatschap. De maatschap moet daarom als contractspartij worden aangemerkt.

Een andere betrokkene — die het paard trainde — wordt níet als verkoper gezien. De vorderingen tegen haar worden afgewezen.

2. Was sprake van consumentenkoop?

Het hof bevestigt dat de koper handelde als particulier. Verweren dat zij mogelijk professioneel actief zou zijn in de paardenwereld worden onvoldoende onderbouwd geacht. De verkoper daarentegen exploiteerde een bedrijf dat zich bezighield met het fokken, houden en verkopen van paarden.

Conclusie: sprake van consumentenkoop.

Dat betekent dat een belangrijk wettelijk vermoeden geldt: als een gebrek zich binnen zes maanden na levering openbaart, wordt vermoed dat het al bij levering aanwezig was.

3. Is tijdig geklaagd?

De verkopers stellen dat de koper al kort na levering signalen had en dus eerder had moeten klagen. Het hof volgt dat niet.

Volgens het hof begint de klachttermijn pas te lopen wanneer de koper redelijkerwijs bekend is met het gebrek. Het feit dat een paard “niet lekker loopt” betekent nog niet automatisch dat sprake is van een juridisch relevant gebrek. Pas na veterinaire onderzoeken in oktober 2021 werd duidelijk dat mogelijk sprake was van een structureel probleem.

De klacht in december 2021 wordt daarom als tijdig beschouwd.

4. Was het paard non-conform?

Hier ligt het hart van de zaak.

De koper baseert zich op meerdere veterinaire rapporten waarin wordt gesproken over:

  • ataxie / bewegingsstoornissen,
  • vernauwing van het wervelkanaal in de hals,
  • mogelijke blijvende ongeschiktheid voor dressuur.

De verkoper brengt daartegenin dat latere onderzoeken geen neurologische aandoening hebben vastgesteld en dat het paard na teruglevering goed presteerde. Volgens hen is er geen sprake van een gebrek dat de sportgeschiktheid aantast.

Het hof constateert dat de medische rapportages niet eenduidig zijn. Sommige bevindingen wijzen op structurele afwijkingen; andere onderzoeken vinden geen neurologische aandoening.

De tussenbeslissing van het hof

Omdat de kernvraag — is het paard (blijvend) ongeschikt voor de dressuursport door een reeds bij levering aanwezig gebrek? — sterk afhankelijk is van veterinaire expertise, besluit het hof een onafhankelijk deskundigenonderzoek te gelasten.

De deskundige zal onder meer moeten beantwoorden:

  • Is er sprake (geweest) van ataxie?
  • Wat is de oorzaak?
  • Veroorzaakt de vernauwing klachten?
  • Wat is het risico op toekomstige problemen?
  • Is het paard geschikt voor dressuur, en zo ja op welk niveau?
  • Hoe groot is het risico op uitval?

Belangrijk is dat, vanwege het consumentenrecht, als komt vast te staan dat sprake is van een gebrek, wordt vermoed dat dit al bij levering aanwezig was. De verkoper krijgt dan gelegenheid om dat vermoeden te weerleggen.

Waar staat de zaak nu?

Het hof heeft nog geen definitieve beslissing genomen over aansprakelijkheid en schade. Eerst moet het deskundigenonderzoek duidelijkheid verschaffen.

De zaak is aangehouden. Partijen mogen zich uitlaten over de deskundige en de vraagstelling.

Terug