Internationale aspecten en waardering veterinair bewijs.

Plaatsing: 30-07-2026
Uitspraken >>

Feiten

Een particuliere koper kocht van een verkoper een dressuurpaard voor een koopsom van € 75.000. Kort na de aankoop bleek het paard ernstige veterinaire gebreken te hebben, waaronder een cyste in het straalbeen en een eerder uitgevoerde zenuwsnede. Volgens de koper maakten deze gebreken het paard ongeschikt als dressuurpaard.

De koper stelde zich op het standpunt dat sprake was van non-conformiteit en vorderde ontbinding van de koopovereenkomst, terugbetaling van de koopsom en schadevergoeding.

Geschil

In hoger beroep stonden met name twee vragen centraal:

  • handelde de verkoper als particulier of namens zijn onderneming, waardoor moest worden beoordeeld of de koper redelijkerwijs mocht aannemen met een particulier of met een professionele verkoper te contracteren;
  • was het paard ten tijde van de levering non-conform in de zin van het toepasselijke Duitse recht.

Oordeel van het hof

1. Vertegenwoordiging

Het hof paste Duits recht toe op de uitleg van de verklaringen en gedragingen van partijen.

Hoewel de verkoper zich beriep op het standpunt dat hij namens zijn onderneming had gehandeld, oordeelde het hof dat voor de koper onvoldoende duidelijk was gemaakt dat de koop met een onderneming werd gesloten.

Van belang achtte het hof onder meer dat:

  • alle contacten voornamelijk onder de persoonlijke naam van de verkoper verliepen;
  • e-mails persoonlijk waren ondertekend;
  • geen schriftelijke koopovereenkomst was opgesteld waaruit vertegenwoordiging bleek;
  • de enkele vermelding van een vennootschap in zeer kleine letters op de factuur daarvoor onvoldoende was.

De later gehoorde getuigen en overige omstandigheden konden dit oordeel niet veranderen.

2. Non-conformiteit

Het hof achtte voldoende bewezen dat het daadwerkelijk hetzelfde paard betrof als in de veterinaire rapportages was onderzocht.

Hoewel verschillende dierenartsen verschillende namen en identificaties hadden gebruikt, kon uit de chipnummers, identificatienummers, foto's, onderlinge verwijzingen en veterinaire rapporten worden vastgesteld dat de onderzoeken betrekking hadden op hetzelfde paard.

Daaruit volgde dat:

  • reeds kort na de levering een cyste in het straalbeen was vastgesteld;
  • tevens een eerdere zenuwsnede aanwezig was;
  • deze afwijkingen chronisch waren;
  • het paard daardoor niet geschikt was als dressuurpaard.

Het paard voldeed daarom niet aan hetgeen de koper daarvan mocht verwachten.

3. Ontbinding

Het hof oordeelde dat de koper de koopovereenkomst terecht had ontbonden.

Omdat het paard uitsluitend nog slachtwaarde vertegenwoordigde, werd op de koopprijs een bedrag van € 1.000 in mindering gebracht.

De verkoper werd veroordeeld tot terugbetaling van € 74.000, vermeerderd met wettelijke rente.

4. Schadevergoeding

De afzonderlijke schadevordering werd afgewezen.

Volgens het hof was onvoldoende aangetoond dat de verkoper persoonlijk een verwijt kon worden gemaakt. Hij had het paard in consignatie verkocht en vóór de verkoop laten keuren, terwijl uit die keuring geen beperkingen voor gebruik als dressuurpaard volgden. Onder Duits recht leverde dit onvoldoende grond op voor aanvullende aansprakelijkheid naast de ontbinding.

Uitspraak

Het hof:

  • vernietigde het eindvonnis van de rechtbank;
  • ontbond de koopovereenkomst;
  • veroordeelde de verkoper tot terugbetaling van € 74.000, vermeerderd met wettelijke rente;
  • wees de gevorderde schadevergoeding af;
  • veroordeelde de verkoper in de proceskosten van beide instanties.

Belang van het arrest

Dit arrest is met name van belang voor de paardenpraktijk omdat het hof overweegt dat:

  • bij internationale paardenkoop Duits recht beslissend kan zijn voor de beoordeling van non-conformiteit en vertegenwoordiging;
  • een professionele verkoper duidelijk kenbaar moet maken dat hij namens zijn onderneming handelt;
  • een verkoper zich niet achter een vennootschap kan verschuilen indien dit voor de koper onvoldoende kenbaar was;
  • verschillen in naamgeving of identificatie van een paard niet zonder meer afdoen aan de bewijskracht van veterinaire rapportages wanneer uit chipnummers, foto's en overige gegevens blijkt dat het om hetzelfde paard gaat;
  • ontbinding wegens non-conformiteit mogelijk is, terwijl voor een aanvullende schadevergoeding afzonderlijk moet worden aangetoond dat de verkoper een verwijt treft. 
Terug
↑