Kreupelheid een gebrek?

Plaatsing: 29-12-2025
Uitspraken >>

Oordeel van het hof:

1) Consumentenkoop en bewijsvermoeden (art. 7:5 en 7:18a lid 2 BW)

Omdat de koper als consument kocht van een professionele verkoper, is sprake van consumentenkoop.
De kreupelheid openbaarde zich binnen één jaar na aflevering. Daarom geldt het wettelijke vermoeden dat het gebrek al bij levering aanwezig was (art. 7:18a lid 2 BW), tenzij “de aard van de zaak of het gebrek” zich daartegen verzet. Het hof verwerpt het beroep van verkoper op die uitzondering (o.a. omdat verkoper zich mede baseert op achterhaalde rechtspraak) en neemt de motivering van de kantonrechter over.

2) Non-conformiteit: pony niet geschikt als overeengekomen rijpony

Op basis van dierenartsbevindingen (o.a. verslechtering bij buigproef) staat voldoende vast dat de pony door de kreupelheid niet geschikt is voor het beoogde (recreatieve) gebruik. Het hof benadrukt: de koper hoeft niet (verder) te laten onderzoeken wat precies de oorzaak van de kreupelheid is om non-conformiteit aan te tonen.

3) Verkoper ontzenuwt het vermoeden niet

Het hof vindt dat de verkoper onvoldoende heeft gesteld om het wettelijke vermoeden te weerleggen. Belangrijk in de bewijswaardering:

  • Er was beeldmateriaal van de proefrit van vóór de koop waarop volgens een rij-instructrice/manegehouder onregelmatigheid rechtsvoor zichtbaar is.
  • Die waarneming en andere waarnemingen (instructrice, osteopaat, dierenarts na levering) zijn door verkoper onvoldoende (of niet) weersproken.
  • Verklaringen van derden die stellen dat de pony “sound” was, zijn te algemeen of overtuigen niet tegen het beeldmateriaal en de overige waarnemingen.
  • Het gestelde “mismanagement” door koper/dochter (huisvesting/verzorging) is onvoldoende onderbouwd; bovendien handelde koper juist in overleg met begeleiders/instructie.
  • Later opgemaakte rapporten (keuring/expertrapport) zeggen niets over de conditie bij levering en helpen verkoper daarom niet.

Conclusie: het hof acht voldoende vaststaand dat de pony bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde.

4) Buitengerechtelijke ontbinding terecht; geen herstelkans nodig in deze omstandigheden

De verkoper verwijt de koper dat hij geen gelegenheid kreeg tot herstel. Het hof volgt dat niet: koper meldde de klachten, verkoper reageerde daarna onvoldoende en bood niet (kosteloos) concreet herstel of ophalen aan. Uiteindelijk ontbond koper buitengerechtelijk. Gezien de opstelling van verkoper mocht koper volgens het hof tot ontbinding overgaan.

 

Terug
↑