Rechten eigenaar bij bruikleen? |
| Plaatsing: 29-12-2025 |
Verweren van de eigenaar (kort)
Oordeel voorzieningenrechter:
1) Eiser is ontvankelijk
De rechter acht het voorshands onaannemelijk dat een overeenkomst met grote financiële consequenties met een minderjarige is gesloten. De eigenaar onderbouwde zijn stelling niet. De overeenkomst wordt voorshands gezien als gesloten tussen eiser en eigenaar.
2) Spoedeisend belang aanwezig
Eiser wil de pony terug om training en mogelijke kwalificatie voor een groot kampioenschap te kunnen voortzetten. Dat is voldoende spoedeisend.
3) Kwalificatie overeenkomst: bruikleen (om niet)
De rechter oordeelt voorshands dat sprake is van bruikleen (art. 7A:1777 BW): in gebruik geven zonder voldoende bepaalbare tegenprestatie.
Belangrijk: zelfs volgens eigenaar was er geen overeenstemming over de hoogte van een “leasevergoeding”. Daardoor ontbreekt een “vastomlijnde tegenprestatie” die nodig is voor huur.
Het opschortingsverweer (niet betalen vergoeding) faalt.
4) Overeenkomst loopt nog door → afgifteplicht
De bruikleen was voor onbepaalde tijd en is niet opgezegd of anders beëindigd.
Dus de eigenaar moet de pony weer ter beschikking stellen / afgeven.
5) Blessure bepaalt alleen de datum van afgifte
De pony moest op veterinair advies 4 weken in een kliniek blijven. De rechter neemt dat advies serieus (geen onderbouwde second opinion door eiser).
Daarom wordt afgifte bepaald op 2 april 2024 (na kliniekperiode), door terugbrengen naar de trainingsstal, inclusief paspoort.
6) Geen beperking in tijd / geen zekerheid (bankgarantie)
De eigenaar wilde de terbeschikkingstelling beperken en zekerheid eisen. Dat wijst de rechter af: de overeenkomst loopt door en de gestelde risico’s zijn onvoldoende onderbouwd.
Uitspraak:
Terug