Spiegeltje aan de wand ....

Plaatsing: 30-07-2026
Uitspraken >>

Een particuliere paardeneigenaar had haar dressuurpaard gedurende langere tijd in training bij een professionele dressuurstal. Tijdens een trainingssessie schrok het paard, trapte tegen een spiegelwand in de rijhal en liep daarbij een ernstige snijverwonding aan een achterbeen op doordat de spiegel brak. Ondanks meerdere operaties en intensieve veterinaire behandeling moest het paard uiteindelijk worden geƫuthanaseerd. De eigenaar stelde de stalhouder aansprakelijk voor de volledige schade, waaronder de waarde van het paard, de dierenartskosten en overige vermogensschade. Zij voerde aan dat de spiegelwand een gebrekkige opstal vormde omdat achter de spiegel geen deugdelijke houten bescherming aanwezig zou zijn geweest en de constructie niet voldeed aan de veiligheidsvoorschriften voor paardenaccommodaties. Subsidiair stelde zij dat de stalhouder onzorgvuldig had gehandeld door onvoldoende veiligheidsmaatregelen te treffen.

De stalhouder betwistte aansprakelijkheid. Volgens haar was de spiegel op correcte wijze gemonteerd, voorzien van veiligheidsfolie en bevond zich achter de spiegel wel degelijk een beschermende onderlaag. Daarnaast werd aangevoerd dat een paard zich ook bij een deugdelijk uitgevoerde spiegelwand kan verwonden en dat het ongeval het gevolg was van een onverwachte gedraging van het paard. Ook werden het causaal verband en de omvang van de gestelde schade gemotiveerd betwist.

De rechtbank overwoog dat voor de beoordeling van opstalaansprakelijkheid beslissend is of de spiegelwand, gelet op haar bestemming en het te verwachten gebruik, voldeed aan de eisen die daaraan uit veiligheidsoogpunt mochten worden gesteld. Daarbij spelen onder meer de zogenoemde Kelderluik-criteria een rol, evenals de in de paardensector geldende veiligheidsvoorschriften. De rechtbank kende betekenis toe aan het Handboek Veilige Paardensport, waarin is opgenomen dat spiegels aan de achterzijde in beginsel volledig moeten zijn voorzien van een houten bescherming en dat veiligheidsfolie slechts als aanvullende veiligheidsmaatregel is bedoeld. Het enkele feit dat een accommodatie beschikt of heeft beschikt over een veiligheidscertificaat sluit echter niet uit dat een opstal desondanks gebrekkig kan zijn.

Hoewel de rechtbank voorshands oordeelde dat een spiegelwand zonder voldoende achterliggende bescherming mogelijk als gebrekkig kan worden aangemerkt, stond op basis van de beschikbare stukken nog niet vast dat ten tijde van het ongeval daadwerkelijk sprake was van een holle ruimte achter de spiegel of van een ondeugdelijke constructie. De overgelegde foto's en verklaringen boden daarvoor nog onvoldoende zekerheid, terwijl partijen hierover lijnrecht tegenover elkaar stonden.

Daarom kreeg de eigenaar van het paard een bewijsopdracht. Zij diende feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat de betreffende spiegelwand ten tijde van het ongeval gebrekkig was, in het bijzonder doordat zich achter de spiegel een holle ruimte bevond. Pas indien dat bewijs zou worden geleverd, zou de rechtbank vervolgens kunnen beoordelen of sprake was van aansprakelijkheid, causaal verband en de omvang van de schade. De rechtbank hield iedere verdere beslissing aan.

Kernpunten

  • De veiligheidsvoorschriften voor paardenaccommodaties kunnen een belangrijke rol spelen bij de beoordeling of een opstal gebrekkig is.
  • Een veiligheidscertificaat sluit niet uit dat een opstal civielrechtelijk toch als gebrekkig wordt aangemerkt.
  • De aanwezigheid van veiligheidsfolie alleen is niet zonder meer voldoende indien veiligheidsrichtlijnen tevens een houten achterbescherming voorschrijven.
  • De partij die zich beroept op een gebrekkige opstal draagt de bewijslast van de gestelde gebrekkigheid.
  • Indien het bestaan van een gebrek nog onvoldoende vaststaat, kan de rechtbank een bewijsopdracht geven voordat over aansprakelijkheid wordt beslist. 
Terug
↑