Waar blijft mijn geld en rendement?

Plaatsing: 30-12-2025
Uitspraken >>

Oordeel voorzieningenrechter:

1) Vordering tegen gedaagde 3: toegewezen

  • Er is een schriftelijke bewaarnemingsovereenkomst.
  • Eiser heeft opgezegd → hoofdsom opeisbaar.
  • Gedaagde 3 is niet verschenen en betwist niet.
  • Vordering is “hard” en voldoende aannemelijk; spoedeisend belang aannemelijk (eiser stelt liquiditeitsdruk).
     
  • Gedaagde 3 moet € 494.086 betalen + wettelijke rente vanaf 24 januari 2025.

2) Bestuurdersaansprakelijkheid gedaagde 4 en gedaagde 1: afgewezen

  • Zij zijn geen contractspartij; wanprestatiegrondslag faalt. Alleen mogelijk via onrechtmatige daad (persoonlijk ernstig verwijt).
  • Toets: Ontvanger/Roelofsen, Hezemans Air; voor “aangaan verplichting” ook Beklamel-criterium.
  • De aangevoerde punten (mogelijke vergunningplicht/krantenartikel, verdenking verduistering, OM-beslagen) leveren in kort geding onvoldoende op voor het vereiste “ernstig persoonlijk verwijt” of Beklamel (weten/behoren te begrijpen dat niet nagekomen zou worden en geen verhaal).
     
  • Vorderingen tegen gedaagde 1 en gedaagde 4 afgewezen.

3) Concernaansprakelijkheid gedaagde 2: afgewezen

Eiser heeft de rol/positie van gedaagde 2 onvoldoende uitgewerkt; er is onvoldoende gesteld voor concernaansprakelijkheid.
Afwijzing.

4) Exhibitie (843a Rv) en lijfsdwang: afgewezen

  • Gedaagde 1 stelt dat de gelden in een cryptowallet staan en toont een printscreen.
  • De rechter vindt dat hiermee in dit kort geding voldoende inzicht is gegeven waar de gelden zijn gebleven (bij forex trading is het niet vreemd dat geld niet “op de bankrekening blijft staan”; wallets zijn niet direct herleidbaar tot een eigenaar).
  • Ook zou lijfsdwang als ultimum remedium hier sowieso niet snel worden toegewezen.
     
  • Afwijzing exhibitie/lijfsdwang.

Proceskosten

  • Gedaagde 3 betaalt de kosten van eiser: € 4.157,02.
  • Eiser betaalt de kosten van gedaagde 1: € 4.008,00.
  • Kosten t.a.v. gedaagde 4 en gedaagde 2: nihil.
  • Vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor de toegewezen onderdelen.

Uitkomst in één zin:

Eiser wint zijn geldvordering alleen tegen de contractuele wederpartij (gedaagde 3), maar niet tegen de bestuurders/gelieerde vennootschap en ook niet op exhibitie/lijfsdwang.

 

Terug
↑