Deskundigenonderzoek (kernbevindingen)
- Urticaria bij paarden kent veel mogelijke oorzaken (o.a. allergenen, insecten, stress, fysische prikkels, infecties);
- Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een voedselallergie (zoals voor krachtvoer);
- De “gold standard” om een voedselallergie te bevestigen is een uitsluitdieet (3–4 weken uitsluitend hooi/water) met provocatie daarna; daarvan is niet gebleken;
- Zonder vastgestelde oorzaak is niet zeker dat het probleem structureel is of het gebruik in de sport onmogelijk maakt.
De deskundige liet partijen niet reageren; de rechtbank gaf partijen die mogelijkheid alsnog. Partijen vroegen geen nadere vragen en geen tweede deskundige. Het rapport werd daarom definitief verklaard en door de rechtbank overgenomen.
Beoordeling door de kantonrechter:
- Eiseres slaagde niet in het bewijs dat het paard allergisch was (laat staan voor krachtvoer).
- Het enkele verdwijnen van bultjes na overstap op alternatief voer is onvoldoende zonder uitsluitdieet en provocatie.
- Urticaria ≠ per definitie allergie; er zijn tal van andere oorzaken.
- Daarmee is niet bewezen dat het paard ten tijde van de koop non-conform was of ongeschikt voor de hogere dressuursport.
- Ook het beroep op dwaling faalt bij gebrek aan een onjuiste voorstelling van zaken.
Overige beslissingen:
- Loon deskundige: vastgesteld op nihil, omdat geen einddeclaratie werd ingediend ondanks herhaald verzoek.
- Proceskosten: eiseres wordt veroordeeld in de kosten van gedaagde.
Uitkomst:
- Alle vorderingen afgewezen.
- Proceskostenveroordeling ten laste van eiseres (incl. nakosten), uitvoerbaar bij voorraad.
Praktische betekenis
Deze uitspraak onderstreept dat bij vermeende allergieën als grond voor non-conformiteit:
- oorzakelijk bewijs vereist is (bij voorkeur via een uitsluitdieet met provocatie);
- algemene huidreacties (urticaria) zonder vastgestelde oorzaak onvoldoende zijn;
- zonder dat bewijs ontbinding, prijsvermindering of dwaling niet slagen.
Terug