Bevoegdheid en toepasselijk recht:
De voorzieningenrechter acht zich bevoegd op grond van art. 7 EEX-Verordening (herschikt), omdat:
- de koopovereenkomsten (veiling) in Nederland moesten worden uitgevoerd;
- de diensten (stalling, verzorging en training) in Nederland zijn verricht.
Op alle vorderingen is Nederlands recht van toepassing op grond van de Rome I-verordening. Het Weens Koopverdrag is uitgesloten.
Beoordeling per eiser:
1. Eiser 1 – paard A
Eiser 1 beschikte reeds over een executoriale titel uit een eerder vonnis (augustus 2024), waarin gedaagden waren veroordeeld het paard op te halen op straffe van een dwangsom.
- Een nieuw bevel met hogere dwangsom is juridisch niet mogelijk.
- Er ontbreekt procesbelang.
Vordering afgewezen.
2. Eiser 2 (veilingorganisatie) – paarden B en C
Paard B
- In de schriftelijke koopovereenkomst staat gedaagde 1 vermeld als koper.
- Facturen en sommaties zijn aan gedaagde 1 gericht.
Vorderingen toegewezen tegen gedaagde 1:
- € 92 per dag per paard aan stallingskosten vanaf 4 december 2024;
- bevel tot ophalen na betaling;
- dwangsom € 2.500 per dag, gemaximeerd op € 100.000.
Vorderingen tegen gedaagde 2 afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Paard C
- De koper is in de overeenkomst niet duidelijk leesbaar.
- Uit WhatsApp- en e-mailcorrespondentie blijkt echter dat gedaagde 1 zich presenteerde als verantwoordelijke voor betaling en afname.
Vorderingen toegewezen tegen gedaagde 1, afgewezen tegen gedaagde 2.
3. Eiser 3 – paard D
Eiser 3 huisvestte en trainde het paard sinds begin 2024. De facturen stonden op naam van beide gedaagden en zijn onbetaald gebleven. De overeenkomst is rechtsgeldig beëindigd en gedaagden zijn gesommeerd het paard op te halen, zonder gevolg.
Vorderingen toegewezen tegen beide gedaagden:
- bevel tot ophalen;
- dwangsom € 1.500 per dag, gemaximeerd op € 75.000.
Uitspraak (samengevat):
- Toewijzing van:
- stallingskosten en afhaalverplichtingen jegens gedaagde 1 (veilingpaarden);
- afhaalverplichting jegens beide gedaagden (trainingspaard).
- Afwijzing van:
- hernieuwde vordering van eiser 1 wegens bestaand onherroepelijk vonnis;
- vorderingen van eiser 2 tegen gedaagde 2.
- Proceskostenveroordeling:
- gedaagde 1 en gedaagde 2 veroordeeld tot betaling van € 1.854,37, vermeerderd met nakosten.
- Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Juridische betekenis:
- Een eenmaal onherroepelijk vastgestelde dwangsom kan niet via een nieuw kort geding worden verhoogd.
- Bij internationale paardenhandel is de plaats van feitelijke uitvoering doorslaggevend voor rechtsmacht.
- Digitale communicatie (WhatsApp/e-mail) kan beslissend zijn voor de vaststelling van koop- en betalingsverplichtingen.
- Dienstverleners worden beschermd tegen het structureel niet-afnemen van dieren met doorlopende kosten.
Terug